Cacao, een essentieel ingredient voor de bereiding van chocolade, hebben we te danken aan de Spaanse ontdekkingsreizigers Columbus en Cortez. Zij leerden cacao kennen tijdens hun ontmoetingen met de “Nieuwe Wereld”. Aanvankelijk waren ze verwonderd over de rare, amandelvormige cacaobonen uit de cacaovrucht. Maar al snel ontdekten ze de waarde ervan. De cacaoboom die oorspronkelijk in de tropische regenwouden van Honduras, Venezuela en Mexico groeide, werd dan ook al snel geteeld in plantages die de Spanjaarden aanlegden. Vandaag wordt cacao geteeld in Amerika, Afrika en Azie in een wereldwijde gordel rond de evenaar.

 

De cacaoboom (Theobroma Cacao) kan enkel groeien in de tropische warmte van de evenaarswouden. De schaduw van grotere bomen beschermt de jonge cacaboom tegen de verschroeiende zon of hevige wind. Vanaf zijn vijfde levensjaar is de boom sterk genoeg om vruchten te dragen. De cacaoboom bloeit het hele jaar door in 2 cycli van 6 maanden. Duizenden kleine witte (vrouwelijke) of roze (mannelijke) bloemetjes sieren zijn stam en takken. Slechts een 40-tal bloemetjes zullen zich echter kunnen ontwikkelen tot cacaovrucht.

 

Cacaobonen  zijn de zaden die groeien in een langwerpige meloenachtige vrucht van de cacaoboom. De geelbruine vrucht is verdeeld in 5 compartimenten, die elk tot 10 zaden (cacaobonen) bevatten. De zaden liggen net als bij een meloen in het midden van de vrucht in het vruchtvlees.

 

Als de vruchten  rijp zijn en een geel-bruine kleur hebben zijn ze goed om geplukt te worden. De vruchten die laag aan de boom groeien worden met een groot mes geplukt, de vruchten die hoger aan de boom hangen snijden ze af met een lange stok met daarop een mes.

Als de vruchten geoogst zijn, worden ze op een open plek neergelegd, Daar blijven ze een tijdje liggen. Hierna worden de vruchten doormidden gesneden. Het vruchtvlees en de bonen worden in manden en bakken verzameld en afgedekt met grote bladeren van bananenbomen. Onder de bladeren beginnen de bonen door de hitte lekker te broeien en te gisten. Hierdoor verliest de cacaoboon zijn bittere smaak, hij wordt lekkerder en bruiner Daarna laten ze de bonen 1 a 2 weken drogen in de zon.

Na het drogen brengen de cacaotelers hun oogst naar verzamelcentra. Aan de hand van een steekproef controleert men de bonen op hun kwaliteit. De bonen worden gewogen en verpakt in jutezakken. Nu worden ze verscheept naar verschillende fabrieken over de hele wereld.

 

Eenmaal aangekomen in de chocoladefabriek worden de bonen grondig gereinigd van stenen, stof en zand. Daarna worden de bonen zeer snel gedroogd onder gloeiende roosters. Dit vergemakkelijkt het breken van de bonen en het verwijderen van de schaal. Enkel de stukjes kern van de cacaoboon—ook wel cacaonibs genoemd– blijven over. Deze worden weer geroosterd, wat hun typisch cacao-aroma ontwikkelt. De nibs worden fijngemalen tot een vloeibare massa, de cacaomassa. Deze massa is het voornaamste ingredient van chocolade. Cacaomassa kan verder verwerkt worden door het te persen. De vloeibare cacaoboter wordt op deze manier gescheiden van de vaste cacaobestanddelen. Het kan ook onmiddellijk als ingredient voor chocolade worden gebruikt.

 

Ingredienten pure (donkere) chocolade;

Cacaomassa + cacaoboter + suiker

 

Ingredienten melkchocolade;

Cacaomassa + cacaoboter + suiker + melkpoeder

 

Ingredienten witte chocolade;

Cacaoboter + suiker + melkpoeder.

Home.

Ambachtelijk proces.

Geschiedenis van chocolade.

Assortiment bonbons.

Geschenken.

Bedrijven.

Feestdagen.

Contact.

VAN CACAOBOON TOT CHOCOLADE